Veel gestelde vragen

Wat is EPC? Wat valt er onder hernieuwbare energie? Hoe interpreteer ik isolatiewaarden? Kies je best voor binnen- of buitenmuurisolatie? Welke ventilatiesystemen zijn er en welke kies ik best voor mijn huis?

De meest gestelde vragen en begrippen vind je hier.

Begrippen energiezuinige gebouwen

Het E-peil is een score die aangeeft hoe energiezuinig een gebouw is. Hoe lager het E-peil, hoe energiezuiniger het gebouw.

Het behalen van het E-peil is een van de EPB-eisen (energieprestatieregelgeving) voor een nieuw gebouw of bij een ingrijpende energetische renovatie. Enkel bij deze gebouwen kan er een E-peil berekend worden.

Voor een woning met bouwaanvraag vóór 2006 kan je wel een energieprestatiecertificaat (EPC) laten opmaken. Op dat EPC vind je ook een energiescore terug, maar die is niet gelijk aan het E-peil.

Dit is een renovatie waarbij

  • minstens de opwekkers om een specifiek binnenklimaat te realiseren (installaties voor verwarming, koeling, warm water, …) volledig worden vervangen
  • én minstens 75% van de bestaande en nieuwe scheidingsconstructies die het beschermd volume omhullen en die grenzen aan de buitenomgeving worden geïsoleerd.
  • vanaf 2020 dient het E-peil van een ingrijpende energetische renovatie E70 te zijn.

Meer informatie vind je hier.

Een energieprestatiecertificaat (EPC) is een document dat aantoont hoe energiezuinig een gebouw is, rekening houdend met de gebouwschil en de installaties. Afhankelijk van het type gebouw of het gebruik van het gebouw is de opmaak en inhoud van het EPC verschillend.

Meer informatie over EPC vind je hier.

Alle gebouwen in Vlaanderen waarvoor een stedenbouwkundige vergunning wordt aangevraagd of een melding wordt gedaan, moeten aan bepaalde energienormen voldoen. Die normen worden de EPB-eisen genoemd. EPB staat voor ‘Energieprestatie en Binnenklimaat’.

Meer informatie over de geldende EPB-normen vind je op vlaanderen.be/epb-eisen

Begrippen thermische isolatie

Het ’S-Peil’ of ‘schilpeil’ drukt de energie-efficiëntie van de gebouwschil uit. Het vat alle energetische kwaliteiten van de schil (zowel de winsten als de verliezen) samen tot één getal. Het zegt hoe goed de schil bestand is tegen koude winterdagen, maar ook of er genoeg zonnewering is op hete zomerdagen en of de woning een efficiënte vorm heeft.

Hoe minder energie nodig is om de temperatuur van de wooneenheid op peil te houden en hoe efficiënter de vorm, hoe lager en hoe beter het S-peil. Hoe lager het S-peil, hoe beter het dus gesteld is met de schil van de woning, energetisch gezien.
Het S-peil geldt voor nieuwe wooneenheden met bouwaanvraag vanaf 1 januari 2018.

Meer informatie over het S-peil vind je hier.

De U-waarde is de isolatiewaarde van een constructiedeel (bv. dak, muur). Een U-waarde wordt uitgedrukt in W/m²K. De U-waarde van een constructiedeel geeft aan hoeveel warmte er per seconde en per vierkante meter verloren gaat als het temperatuurverschil tussen binnen en buiten 1°C is. De U is het symbool voor de warmtedoorgangscoëfficiënt. De U-waarde wordt bepaald door de verschillende materiaallagen waaruit het constructiedeel bestaat: dikte en lambda-waarde van elk materiaal. Hoe lager de U-waarde van een constructiedeel, hoe minder warmte er verloren gaat.

De lambda-waarde geeft de warmtegeleidbaarheid van een materiaal aan. Ze wordt uitgedrukt in W/mK. Hoe hoger de waarde is, hoe beter de warmte geleid wordt en dus hoe minder goed het materiaal isoleert. Dat betekent niet dat materialen met een lage lambda-waarde altijd beter isoleren dan een materiaal met een iets hogere waarde. De hogere (slechtere) waarde kan gecompenseerd worden door de dikte van het materiaal.

De R-waarde geeft het warmte-isolerend vermogen van een materiaallaag aan, vaak gebruikt als isolerende waarde van dubbelglas, muren, vloeren, daken. De R-waarde is de warmteweerstand van een materiaal-laag en wordt uitgedrukt in m²K/W. Hoe groter R, hoe groter de weerstand die de warmtedoorgang ondervindt en hoe beter het materiaal isoleert.

De berekening van de R-waarde is afhankelijk van de materialen waaruit de te onderzoeken constructie bestaat. De materiaaldikte, in meter, wordt gedeeld door de λ-waarde (de warmtegeleidingscoëfficiënt). Hoe hoger de waarde, hoe beter de isolatie, een dubbel zo dikke laag heeft proportioneel ook een dubbel zo goede warmteweerstand.

De formule is R = d/λ waarbij:
R = warmteweerstand in m² K/W
d = dikte van het materiaal in m.
λ = warmtegeleidingscoëfficiënt in W/m K
Voorbeeld: Een isolatiemateriaal met een dikte van 16 cm (= 0,16 m) en een λ-waarde van 0,032 geeft een R-waarde van 5m2K/W (0,16 / 0,032)

Op plaatsen waar de thermische isolatie niet doorloopt of niet aansluit, gaat veel warmte verloren en dringt koude naar binnen. Dat noemt men een koudebrug. Als warme lucht afkoelt, bijvoorbeeld in contact met een koud oppervlak waar isolatie ontbreekt, kan condensatie ontstaan. Condensatie betekent vocht op het oppervlak en kan aanleiding geven tot geurhinder, schimmelvorming…

Veel gestelde vragen

  • Windenergie
  • Zonne-energie
  • Geothermie of aardwarmte
  • Hydraulische energie of waterkracht
  • Chemische energie
  • Biomassa (let wel: biomassa kan slechts als hernieuwbare energiebron beschouwd worden als alle gebruikte biomassa ook weer wordt hernieuwd. Wereldwijd is dat zeker nog niet het geval.)

Niet-vernieuwbare energie wordt opgewekt bij de verbranding van fossiele brandstoffen als aardgas, aardolie en steenkool. Ook kernenergie wordt gezien als een niet-hernieuwbare vorm van energie.

Het is belangrijk dat je de renovatie van je woning op een slimme manier aanpakt. Vooraleer je nieuwe technieken plaatst moet je ervoor zorgen dat je woning goed geïsoleerd is. Ga je in fases renoveren? Zorg dan dat je de juiste stappen zet om te voorkomen dat je achteraf niet in een bouwkundige situatie terecht komt waarbij je latere ingrepen niet meer kan nemen (lock-in).

Als je bijvoorbeeld je dak vernieuwd, denk eraan voldoende dakoversteek te houden zodat je achteraf de buitenmuren nog kan isoleren. Hieronder geven we alvast een paar essentiële tips:

  • Maak een grondige analyse van de bestaande toestand en stel een renovatieplan op.
  • Kijk naar je budget en check of je in aanmerking komt voor bepaalde premies en/of leningen.
  • Begin eerst met je dak te isoleren en dan de rest van de gebouwschil. De meeste warmte gaat verloren via het dak.
  • Beperk het energieverbruik door verspilling tegen te gaan. Een compacte bouwvorm draagt hiertoe bij, maar ook het isoleren van de buitenschil (gevels, daken en vloeren) is noodzakelijk.
  • Vergeet je ventilatie niet. Plaats een ventilatiesysteem wanneer de woning luchtdicht is.
  • Is je woning goed geïsoleerd en geventileerd? Dan kan je beginnen met de technische installaties. Ga voor verwarming op lage temperatuur en kies indien mogelijk voor hernieuwbare energie. Maak maximaal gebruik van energie uit duurzame bronnen, bijvoorbeeld door installatie van een zonneboiler of een zonnepaneel. Maak zo efficiënt mogelijk gebruik van fossiele brandstoffen om in de resterende energiebehoefte te voorzien. Bijvoorbeeld door lage temperatuurverwarming (vaak in de vorm van vloerverwarming) te voorzien. Beperk de lengte van warmwaterleidingen en leidingweerstand van verwarmings- en ventilatiesystemen of maak gebruik van een warmtepomp.
  • Vergeet niet, voor een gezond binnenklimaat moet er een goede balans zijn tussen isolatie, ventilatie en luchtdichtheid van de woning.

De meeste warmte in je woning ontsnapt via het dak. Dak- of zoldervloerisolatie mag dus in geen enkele woning ontbreken! Dergelijke investering is meestal op enkele jaren terugverdiend dankzij premies en de lagere verwarmingskosten.

Als de ruimte onder het hellend dak onverwarmd blijft, kan je beter de zoldervloer isoleren. Wordt de zolder wel gebruikt, kies je voor dakisolatie.

Hellend dak

Om een hellend dak op de gebruikelijke manier te isoleren, moet je voldoende aandacht besteden aan deze drie onmisbare onderdelen:

Het onderdak

Het onderdak beschermt de isolatie tegen regen en sneeuw, het moet dus waterdicht zijn. Het onderdak kan het dak ook winddicht maken (synthetische platen en folies). Vezelcementplaten zijn niet winddicht. Winddichte onderdaken vergroten de isolatiewaarde van het dak.

Als je op zolder de onderzijde van de dakpannen kan zien, is er nog geen onderdak.

De isolatielaag

Het isolatiemateriaal moet de ruimte tussen de kepers en het onderdak volledig opvullen. Bij een bestaand dak is minerale wol (bv.: glaswol of rotswol) makkelijk te plaatsen. Een ideale isolatiedikte begint vanaf 15 cm. Indien je onvoldoende isolatie kan plaatsen tussen de kepers, zijn er systemen op de markt waarmee je een tweede laag isolatie en een dampscherm kan bevestigen. Bij hoge kepers (15 tot 20 cm) kan de volledige ruimte tussen de kepers opgevuld worden.

Een alternatief zijn sarking isolatieplaten. Die worden aan de bovenzijde van de dakconstructie bevestigd, na verwijdering van de dakbedekking (bij renovatie). Deze manier van werken verzekert de continuïteit van het isolatieschild en sluit koudebruggen uit. Deze techniek is meestal ook een stuk duurder.
Daarnaast bestaan er ook zelfdragende geïsoleerde panelen verkrijgbaar, die meerdere componenten van de dakopbouw verenigen in één geheel (dragende structuur, isolatie, onderdak, dampscherm, tengellatten, afwerking aan de binnenzijde in diverse materialen.

Het nieuw geplaatste materiaal moet minstens een Rd-waarde hebben van 4,5 m²K/W. Het aantal centimeter isolatiemateriaal dat nodig is om de Rd-waarde te halen, hangt af van het type materiaal dat je gebruikt.

Het dampscherm

Eens de isolatie geplaatst is, breng je het dampscherm aan. Dat maakt de isolatie luchtdicht en vermijdt binnendringen van damp, die in de isolatie kan condenseren. Vocht verlaagt de isolerende waarde. Het dampscherm mag nergens onderbroken zijn: kleef elk spleetje dicht met kleefband. Dicht de spleten aan de muren met siliconen of klem de folie met een latje tegen de muur.
Sommige isolatie is al voorzien van een dampscherm, in dat geval is een extra dampscherm overbodig.

Plat dak

Er zijn drie types platte daken:

Warm plat dak

Bij een warm plat dak wordt de dakconstructie van binnenuit verwarmd: de isolatie zit aan de buitenkant van het dak, net onder de dakafdichtingslaag. Op de draagvloer en de afschotlaag wordt eerst een dampscherm aangebracht. Daarboven komen één of meer lagen isolatie en tenslotte de dakdichting. Voor een warm plat dak heb je krimpvrij isolatiemateriaal nodig, met een hoge densiteit (bv.: polyurethaanschuim, rotswol (hoge densiteit), cellenglas of polystyreenschuim).

Omgekeerd plat dak

Een omgekeerd plat dak is een variant van het warm dak. Hier worden eerst de dakconstructie en de dakdichtingslaag aangebracht. Daarop komt een isolatielaag. Een ballast op isolatiemateriaal is onmisbaar om te voorkomen dat het dak wegwaait. Kies bij een omgekeerd plat dak steeds voor waterbestendig isolatiemateriaal zoals bv. XPS.

Koud plat dak – afrader!

Bij een koud dak wordt de isolatie aan de onderkant van de dakconstructie aangebracht. Zo’n dak werd vroeger vaak uit financiële overwegingen geplaatst, maar wordt niet langer toegepast. Omdat waterdamp uit de woning vaak doordringt in de isolatie, zorgt een koud plat dak te vaak voor condensatie- en schimmelproblemen.

Heb je een koud plat dak? Twijfel niet om het bij de volgende renovatiebeurt aan te passen.

Het nieuw geplaatste materiaal moet minstens een Rd-waarde hebben van 4,5 m²K/W. Het aantal centimeter isolatiemateriaal dat nodig is om de Rd-waarde te halen, hangt af van het type materiaal dat je gebruikt.

Zoldervloer

Als de ruimte onder het hellend dak onverwarmd blijft, kan je beter de zoldervloer isoleren. Zo bespaar je zowel op je energiefactuur als op het isolatiemateriaal en de plaatsing.

Bij een zware vloeropbouw met welfsels, betonplaat,… mag de isolatie bovenop de vloerplaat komen. Bij een vloeropbouw met houten elementen, wordt er meestal tussen de balken geïsoleerd. Dit vraagt echter om een goede uitvoering om vochtproblemen te voorkomen.

De isolatie moet goed aaneensluiten. Wordt de zolder gebruikt, dan kunt kies je best voor een loopvloer, anders geraakt de isolatie beschadigd. Je kan houten platen of een plankenvloer op de balken vastnagelen.

Een betonnen of houten vloer die niet betreden wordt, kan met dekens minerale wol (glas- of rotswol) geïsoleerd worden, met de dampremmende laag naar onder. Eventueel kan er een tweede, onbeklede laag bovenop.

Isoleer ook goed rond het trapgat. Maak een bekisting rond de opening, zodat de isolatie er goed rond geklemd zit. Vergeet ook het zolderluik niet van isolatie te voorzien. Dat is een vaak voorkomende oorzaak van energieverlies.

Het nieuw geplaatste materiaal moet minstens een Rd-waarde hebben van 4,5 m²K/W. Het aantal centimeter isolatiemateriaal dat nodig is om de Rd-waarde te halen, hangt af van het type materiaal dat je gebruikt.

Als je gevels niet geïsoleerd zijn, laten ze gemakkelijk warmte door. Tijdens de zomer van buiten naar binnen en tijdens de winter van binnen naar buiten. Isoleer je gevels en je wooncomfort stijgt! Ook je energierekening zal dalen. Het is heel belangrijk dat je op voorhand je specifieke situatie laat onderzoeken.

Buitenmuurisolatie

De beste manier is om je gevels langs buiten te isoleren. Zo ben je zeker dat de woning goed ingepakt wordt en de kans op koudebruggen minimaal blijft. Isoleer je langs de buitenkant, dan moet de Rd-waarde van het nieuw geplaatste isolatiemateriaal minstens 3,0 m²K/W zijn als je in aanmerking wilt komen voor een premie.
En vergeet niet aan je gemeentebestuur of architect te vragen of je daar een stedenbouwkundige vergunning voor nodig hebt. Meestal is dit het geval voor de voorgevel.

Spouwmuurisolatie

Heb je een ongevulde luchtspouw van minstens 5 cm? Laat dan een STS-gekeurde aannemer nakijken of spouwisolatie mogelijk is. Het isolatiemateriaal moet ten hoogste een lambdawaarde hebben van 0,065 W/mK als je in aanmerking wilt komen voor een premie. De aannemer van de werken moet aan bepaalde voorwaarden voldoen zodat de werken zeker correct worden uitgevoerd. Een lijst van aannemers met het juiste certificaat vindt je hier.

Binnenmuurisolatie

Deze methode wordt alleen gebruikt voor bestaande woningen waar spouwmuurisolatie en buitenisolatie technisch onmogelijk zijn. Isoleer je aan de binnenkant, weet dat je dan aan binnenruimte verliest. Binnenmuurisolatie moet heel nauwkeurig geplaatst worden, anders kan er condens ontstaan en kan je schimmel krijgen in je woning.

Het isolatiemateriaal moet minstens een Rd-waarde hebben van 2,0 m²K/W als je in aanmerking wil komen voor een premie. De werken moeten met de nodige accuraatheid uitgevoerd worden door een aannemer die beschikt over een certificaat van bekwaamheid. Of ze dienen opgevolgd te worden door een architect die de werken controleert. Ook hier dient de aannemer het juiste certificaat te bezitten om een degelijke uitvoering te garanderen.

Vensters laten méér warmte door dan geïsoleerde muren! De verliezen hangen af van veel factoren, onder meer van het type glas en het raamprofiel.

Hoogrendementsbeglazing isoleert 2 tot 3 keer beter dan gewoon dubbelglas en tot 5 keer beter dan enkel glas!

Hoogrendementsglas (1,0-glas) heeft een dun isolerend metaallaagje aan de binnenzijde van een van de glasplaten en de spouw kan gevuld worden met een edelgas (bijvoorbeeld argon).

Om een premie te krijgen heeft de beglazing maximaal een U-waarde van 1,0 W/m2K. Hoe lager deze waarde, hoe beter de isolerende functie. Meer informatie over beglazing en schrijnwerk vind je via energiesparen.be.

Soms staat de U-waarde van de beglazing vermeld in de afstandshouder. Maar vaker vind je in de afstandshouder enkel een verwijzing naar het merk en type van het product. In dat geval kan je de tabel met U-waarden en g-waarden, op de site van het verbond van de glasindustrie, raadplegen.

De vlamtest

Met een digitale meter kan je checken of er een coating (oftewel hoogrendementsglas) aanwezig is. Je kan ook een vlam van een aansteker of het witte licht van een ledlamp voor het glas ouden. Als één van de vlammetjes verkleurt ten opzichte van de andere in de weerspiegeling van het glas, dan bevindt zich daar een coating.

Herhaal de controle zowel aan de buiten- als binnenzijde van het raam. De coating is niet altijd even goed zichtbaar. Kijk hierbij schuin op het raam. De vlammentest is niet altijd sluitend: soms stel je geen verkleuring vast, maar is er toch een coating aanwezig.

Verwarmingsleidingen die door onverwarmde ruimtes lopen (zoals in kruipruimtes en onverwarmde kelders) verliezen warmte. Door deze leidingen te isoleren, kan je behoorlijk wat geld besparen.

Je kan de leidingen isoleren met speciale buisisolatie (uit polyethyleenschuim of glaswol/rotswol). Buisisolatie is verkrijgbaar in verschillende diktes (van 12 tot 35 mm en meer). Hoe dikker, hoe duurder, maar ook hoe beter de isolerende factor.
Opgelet! Isoleer de drinkwaterleidingen niet om risico op legionella te voorkomen.

Zelf aan de slag? Raadpleeg deze handige fiche om leidingen te isoleren.

Goede ventilatie is belangrijk voor je gezondheid en die van je huisgenoten (inclusief huisdieren). Je verbetert er ook de werking van verbrandingstoestellen mee en verkleint de kans op CO-vergiftiging, onaangename geurtjes en allergieën. Tegelijk vermijd je condensatieproblemen en schimmelvorming op muren.

De woning ventileren betekent meer dan enkel ramen en deuren openzetten!

Een ventilatiesysteem zorgt ervoor dat:

  • verse lucht langs droge ruimtes (woonkamer, slaapkamers, bureau, … ) in de woning wordt gebracht
  • de lucht door de tussenruimtes (gang, trappenhal … ) naar de natte ruimtes (keuken, badkamer, toilet, wasplaats, … ) stroomt
  • de vochtige, vervuilde lucht uit de natte ruimtes afgevoerd wordt
  • ventileren niet gepaard gaat met grote energieverliezen.

Er zijn verschillende ventilatiesystemen:

  • Systeem A: natuurlijke toevoer en afvoer
  • Systeem B: mechanische toevoer en natuurlijke afvoer
  • Systeem C: natuurlijke toevoer en mechanische afvoer
  • Systeem D: mechanische toevoer en afvoer

Meer info over de verschillende systemen vind je op energiesparen.be/ventilatie of bekijk de handige fiche.

Een doorstroomtoestel verwarmt het water op het ogenblik dat je de warmwaterkraan opendraait. Dat is iets energiezuiniger dan het warm water op temperatuur houden in een boiler of opslagvat. Minpunt is dat je iets langer moet wachten op warm water.

Kiest je toch voor een boiler? Een aardgas- of stookolieboiler is veel energiezuiniger dan een elektrische boiler.

Hoe korter de warmwaterleidingen zijn, hoe minder het water afkoelt tijdens het transport naar de tappunten. Isoleer de leidingen die buiten het geïsoleerde deel van de woning liggen, voldoende. Opgelet! Isoleer de drinkwaterleidingen niet om risico op legionella te voorkomen.

Zowel een zonneboiler als een warmtepompboiler zijn milieuvriendelijke alternatieven voor de opwekking van sanitair warm water.

Met een zonneboiler kan je een groot deel van het water voor sanitair gebruik opwarmen met gratis zonnewarmte. Een zonneboiler zet zonnestraling om in warmte en slaat die warmte op in een voorraadvat met water. Geeft de zon niet voldoende warmte, dan zorgt de naverwarming ervoor dat er altijd voldoende warm water beschikbaar is. De hoofdonderdelen van een zonneboiler zijn de zonnecollector (op het dak), de leidingen, het voorraadvat, de regeling en de naverwarming. Een zonneboiler voor vier personen kost gemiddeld 4000 euro (exclusief btw). Daartegenover staat dat je jaarlijkse kosten voor het verwarmen van water nog maar de helft van vroeger zijn.

Meer info vind je in deze handige fiche.

Met een thuisbatterij kun je zelf opgewekte zonnestroom opslaan om te gebruiken als de zon niet schijnt. Maar dit is geen noodzakelijk voorwaarde om zonnepanelen te plaatsen.

Meer informatie over de werking en plaatsing van een thuisbatterij vind je in de handige fiches:

Voor grondige verbouwingen heb je een omgevingsvergunning (bouwvergunning) nodig. In principe is ook de medewerking van een architect verplicht.

Voor kleine wijzigingen is een vergunning niet verplicht, maar moet je de verbouwingen wel melden aan de gemeente. Vraag aan je gemeente of de werken al dan niet zijn vrijgesteld van vergunning of meldingsplicht.
Meer info over kleine wijzigingen vind je hier.

Als bouwheer kan je de aanvraag voor omgevingsvergunning zelf indienen op papier. Als de medewerking van een architect verplicht is, dan moet de architect de aanvraag digitaal indienen in het omgevingsloket. De bouwheer moet het aanvraagdossier wel ondertekenen.

Je krijgt een vergunning als je bouwplannen aan de stedenbouwkundige vereisten voldoen. Omwonenden krijgen de gelegenheid om opmerkingen te geven bij de plannen (openbaar onderzoek).

Voor aanvragen van omgevingsvergunningen vind je meer info bij het omgevingsloket.

Offertesvan aannemers vergelijken is niet gemakkelijk. De regel is dat je best drie offertes met elkaar vergelijkt om te zien wat voor jou de meest interessante keuze is. Als je een offerte aanvraagt, probeer dan jouw vraag zo goed mogelijk voor te bereiden. Denk zeker al eens goed na over volgende elementen:

  • Zit een eventuele afbraak mee in de offerte?
  • Voor isolatie en ramen: hoeveel oppervlakte moet er uitgevoerd worden?
  • Voor technieken: hoeveel vermogen is er nodig? Aantal meters leidingen, …
  • Welk materiaal wordt er gebruikt? Vraag zeker de R-waarde van de isolatie op! Welke diktes worden toegepast?
  • Heeft de aannemer de nodige certificaten?
  • Welke afwerking wil je bekomen? Zijn er herstelwerken nodig?
  • Moet er een keuring voorzien worden?
  • Welke garantie wordt er gegeven?
  • Wie zorgt voor een eventueel parkeerverbod voor jouw deur? Zit een eventuele werfinrichting mee in de prijs?
  • Is de aannemer verzekerd?
  • Wat zijn de algemene voorwaarden? Check zeker de kleine lettertjes.

Een offerte die véél goedkoper is dan de gangbare prijzen is meestal niet in orde. Twijfel je over bepaalde zaken? Kom dan met je offertes langs bij Stekr. We pluizen ze samen met jou uit.

Stekr-loket-energie-wonen

Renoveren

Ondersteuning van a tot z bij je duurzame renovatie.

Kom langs op het loket

Wil je de goede raad van een expert? Kom langs in jouw gemeente.

Wij zijn bij
jou in de buurt

Volg ons

    Start typing and press Enter to search

    Shopping Cart